ECLI:NL:HR:2022:1708
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 december 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2013, een boetebeschikking en een beschikking inzake belastingrente, had behandeld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het hofarrest beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Er was geen noodzaak om de motivering van dit oordeel te geven, aangezien de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer Wortel als voorzitter, met raadsheren Cools en van der Voort Maarschalk, op 2 december 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.