Uitspraak
GERECHTSHOF AMSTERDAM
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
.Het Hof vult de feiten als volgt aan.
Belanghebbende]
3.Geschil in hoger beroep
4.Beoordeling van het geschil
Dit schrijven handelt dus enkel en alleen maar over het jaar 2015. Indien niet uitdrukkelijk vermeld kunnen er geen conclusies over andere jaren uit getrokken worden.”, wegnemen. Immers niet is op een andere plaats in de brief ‘uitdrukkelijk vermeld’ dat deze ook op andere jaren dan het jaar 2015 betrekking heeft. Derhalve faalt ook deze beroepsgrond van belanghebbende. Ook wordt in de brief van 14 januari 2019 inhoudelijk geen aandacht besteed aan een (navorderings)aanslag voor het jaar 2013. Dit maakt tevens dat de onderhavige zaak niet vergelijkbaar is met de zaak in HR 13 april 2002, ECLI:NL:HR:2003:AF7094, BNB 2003/204. Ook overigens is niet gebleken van omstandigheden zoals de aard van de contacten en de bedoeling van de belanghebbende, op grond waarvan zou moeten worden geoordeeld dat de inspecteur niet behoorlijk heeft gehandeld als bedoeld in dit arrest.
5.Kosten
6.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag. Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie www.hogeraad.nl).
Wie niet verplicht is om digitaal te procederen, kan op vrijwillige basis digitaal procederen. Hieronder leest u hoe een cassatieberoepschrift wordt ingediend.
www.hogeraad.nl. Informatie over de inlogmiddelen vindt u op
www.hogeraad.nl.
Een professionele gemachtigde moet altijd digitaal procederen, ongeacht voor wie de gemachtigde optreedt. Degene die op papier mag procederen en dat ook wil, kan het beroepschrift in cassatie sturen aan
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.