Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
3.Beslissing
22 november 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant inzake een klaagschrift over beslag op een geldbedrag onder verdenking van witwassen.
De klager had beroep ingesteld tegen het beslag, maar de advocaat-generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkheid omdat het beslag volgens de artikelen 116.2.c en 134.2 Sv was geëindigd. Hierdoor ontbrak het belang voor de klager om het cassatieberoep voort te zetten.
De Hoge Raad heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard en het cassatieberoep niet inhoudelijk behandeld. De beslissing is genomen door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het voortbestaan van beslag voor de ontvankelijkheid van een cassatieberoep tegen een beslagbeslissing.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang omdat het beslag op het geldbedrag is geëindigd.