Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
6 december 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de verdachte terecht voor mishandeling van zijn levensgezel en meervoudige bedreiging met een vuurwapen, zoals omschreven in artikel 300 lid 1 jo Pro. 304 lid 1 Sr en artikel 285 lid 1 Sr Pro. De kern van het cassatieberoep betrof een bewijsklacht over de bedreiging met het vuurwapen, waarbij de verdachte stelde dat het bewijsminimum (unus testis-regel) niet was gehaald.
De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de verklaring van de aangeefster voldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal. Hierdoor is het bewijsminimum volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro gehaald, en is er geen reden om het arrest van het gerechtshof te vernietigen.
De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is daarom verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 mei 2021 blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor mishandeling en bedreiging met een vuurwapen blijft in stand.