Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1768

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
28 november 2022
Zaaknummer
21/02403
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 342 lid 2 SvArt. 300 lid 1 SrArt. 304 lid 1 SrArt. 285 lid 1 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak mishandeling en bedreiging met vuurwapen

In deze zaak stond de verdachte terecht voor mishandeling van zijn levensgezel en meervoudige bedreiging met een vuurwapen, zoals omschreven in artikel 300 lid 1 jo Pro. 304 lid 1 Sr en artikel 285 lid 1 Sr Pro. De kern van het cassatieberoep betrof een bewijsklacht over de bedreiging met het vuurwapen, waarbij de verdachte stelde dat het bewijsminimum (unus testis-regel) niet was gehaald.

De Hoge Raad heeft het beroep van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat de verklaring van de aangeefster voldoende steun vindt in het overige bewijsmateriaal. Hierdoor is het bewijsminimum volgens artikel 342 lid 2 Sv Pro gehaald, en is er geen reden om het arrest van het gerechtshof te vernietigen.

De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep is daarom verworpen en het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 mei 2021 blijft in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor mishandeling en bedreiging met een vuurwapen blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02403
Datum6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 25 mei 2021, nummer 21-006479-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1995,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.J. Lamers, advocaat te Utrecht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 december 2022.