Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1774

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
20/04314
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 225 SrArt. 81 Wet ROArt. 5.2 Wet ROArt. 6.2 Wet ROArt. 437 lid 2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak medeplegen valsheid in geschrift

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift. Het cassatieberoep richtte zich onder meer op de opzet met betrekking tot de valsheid, het oogmerk tot misleiding en de vraag of verdachte zich schuldig had gemaakt aan het opzettelijk vals opmaken van een overeenkomst.

Daarnaast werd een onvolkomenheid bij de beëdiging van één of meer raadsheren van het hof aangevoerd, maar de Hoge Raad verwijst naar een eerder arrest (HR 2022:1438) en acht verdere bespreking hiervan niet nodig.

De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep, en de Hoge Raad volgt dit advies. De klachten van de verdediging leiden niet tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet uitvoerig, omdat het niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door vice-president J. de Hullu als voorzitter en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, en op 6 december 2022 uitgesproken in openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van valsheid in geschrift blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04314
Datum6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, nummer 20-000251-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv Pro bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 december 2022.