Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1781

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 december 2022
Publicatiedatum
29 november 2022
Zaaknummer
20/04104
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 359a SvArt. 420ter.1 SrArt. 420bis.1.a SrArt. 420bis.1.b Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak medeplegen gewoontewitwassen en valsheid in geschrift

In deze zaak heeft de verdachte cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen en meermalen gepleegde valsheid in geschrift.

De verdediging voerde meerdere verweren aan, waaronder niet-ontvankelijkverklaring van het Openbaar Ministerie wegens onvolledigheid van het onderzoeksdossier, ongeoorloofde gegevensuitwisseling, schending van geheimhoudingsplicht en verzuimen buiten het voorbereidend onderzoek. Tevens werd een bewijsklacht geuit over het bewijs van gewoontewitwassen.

De Hoge Raad heeft deze klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Ook de klacht over een vermeende onvolkomenheid bij de beëdiging van een of meer raadsheren is, gelet op een eerder arrest, niet verder besproken. De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd met een gevangenisstraf van zes maanden en verbeurdverklaring van een pand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/04104
Datum6 december 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 10 december 2020, nummer 20-000238-16, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1965,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R. Zilver, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De raadsman heeft – na het verstrijken van de in artikel 437 lid 2 Sv Pro bedoelde termijn – bij aanvullende schriftuur nog aan de orde gesteld dat bij de beëdiging van één of meerdere van de raadsheren die de bestreden uitspraak hebben gewezen, zich een onvolkomenheid heeft voorgedaan. Gelet op het arrest dat de Hoge Raad op 21 oktober 2022, ECLI:NL:HR:2022:1438, heeft gewezen, behoeft dat geen verdere bespreking.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
6 december 2022.