ECLI:NL:HR:2022:1794

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 december 2022
Publicatiedatum
1 december 2022
Zaaknummer
21/04864
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:166 lid 1 BW
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt groepsaansprakelijkheid voor schade door verduistering BMW

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser verworpen tegen BMW Financial Services. Eiser had beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hof oordeelde over de aansprakelijkheid van BMW Financial Services voor schade veroorzaakt door verduistering van een BMW.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof voor het geding in feitelijke instanties. Tegen BMW Financial Services is verstek verleend, waardoor de behandeling zich concentreerde op het beroep van eiser. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop eiser schriftelijk reageerde.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar achtte deze onvoldoende om het arrest te vernietigen. Het oordeel is genomen zonder nadere motivering, aangezien beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.

De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van BMW Financial Services. Het arrest is gewezen door de raadsheren du Perron, Makkink en Teuben en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer21/04864
Datum2 december 2022
ARREST
In de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
hierna: [eiser],
advocaat: K. Aantjes,
tegen
BMW FINANCIAL SERVICES B.V.,
gevestigd te Rijswijk,
VERWEERSTER in cassatie,
hierna: BMW Financial Services,
niet verschenen.

1.Procesverloop in cassatie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/09/545776 / HA ZA 18-33 van de rechtbank Den Haag van 26 juni 2019 en 12 februari 2020;
b. het arrest in de zaak 200.278.343/01 van het gerechtshof Den Haag van 7 september 2021.
[eiser] heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
Tegen BMW Financial Services is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal T. Hartlief strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van BMW Financial Services begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren C.E. du Perron, als voorzitter, G.C. Makkink en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
2 december 2022.