Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
2 december 2022.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van eiser verworpen tegen BMW Financial Services. Eiser had beroep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin het hof oordeelde over de aansprakelijkheid van BMW Financial Services voor schade veroorzaakt door verduistering van een BMW.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de rechtbank Den Haag en het arrest van het gerechtshof voor het geding in feitelijke instanties. Tegen BMW Financial Services is verstek verleend, waardoor de behandeling zich concentreerde op het beroep van eiser. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen, waarop eiser schriftelijk reageerde.
De Hoge Raad heeft de klachten van eiser beoordeeld maar achtte deze onvoldoende om het arrest te vernietigen. Het oordeel is genomen zonder nadere motivering, aangezien beantwoording van de klachten niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft het beroep verworpen en eiser veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, die nihil zijn vastgesteld aan de zijde van BMW Financial Services. Het arrest is gewezen door de raadsheren du Perron, Makkink en Teuben en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Lock.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bekrachtigd.