ECLI:NL:HR:2022:180
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens niet-betaling griffierecht
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Nederland. Voor het instellen van het beroep was griffierecht verschuldigd. Belanghebbende deed een beroep op betalingsonmacht, maar heeft geen verklaring omtrent afwezigheid van vermogen ingediend binnen de gestelde termijn.
De griffier heeft belanghebbende meerdere malen aangeschreven en in de gelegenheid gesteld het griffierecht te voldoen of een verklaring te overleggen. Ondanks ontvangst van deze brieven is het griffierecht niet betaald en is geen geldige verklaring ingediend. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde argumenten van belanghebbende geen grond vormen om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van artikel 8:41, lid 6, van de Algemene wet bestuursrecht wordt het beroep in cassatie daarom niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.