Conclusie
1.Inleiding
2.De feiten en het geding in feitelijke instanties
De feiten
3.Het geding in cassatie
4.Belastbaar inkomen uit sparen en beleggen in Nederland
Nationale heffingsbevoegdheid
BNB2007/68 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat de forfaitaire rendementsheffing als een inkomstenbelasting in de zin van het belastingverdrag met Frankrijk moest worden aangemerkt. [16] Hoewel het forfaitaire inkomen in beginsel niet is verkregen in de zin van art. 6 OESO Pro-modelverdrag, volgt uit dit arrest dat het forfaitaire rendement toch als zodanig kan worden aangemerkt.
Uitlegging van het begrip ‘inkomsten verkregen uit de exploitatie van onroerende zaken’ in art. 6, lid 3, Verdrag
catch-all’ bepaling opgenomen, op grond waarvan inkomsten verkregen met elke andere vorm van exploitatie van een onroerende zaak worden aangemerkt als inkomsten verkregen uit onroerende zaken.
Klaus Vogel on Double Taxation Conventionsis verder het volgende geschreven over het begrip ‘use’ uit art. 6, lid 3, OESO-Modelverdrag: [29]