Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1840

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2022
Publicatiedatum
8 december 2022
Zaaknummer
21/02340
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 94 SvArt. 116 lid 3 SvArt. 552a Wetboek van Strafvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep in cassatie tegen beslag op te goeder trouw verkregen camper

De zaak betreft een cassatieberoep van klager tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant waarin zijn klaagschrift ongegrond werd verklaard. Het klaagschrift betrof het beslag ex artikel 94 Sv Pro op een camper die klager via Marktplaats van een ander had gekocht, terwijl deze camper in Frankrijk was gestolen en een derde, de Franse eigenaar, aanspraak maakte op teruggave.

Klager voerde aan dat hij de camper te goeder trouw had verkregen en betwistte het voornemen van de officier van justitie om de camper aan de derde belanghebbende terug te geven op grond van artikel 116 lid 3 Sv Pro. De rechtbank oordeelde echter dat het klaagschrift ongegrond was.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. Het beroep is derhalve verworpen.

Uitkomst: Het cassatieberoep van klager wordt verworpen en het beslag op de camper blijft gehandhaafd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02340 B
Datum20 december 2022
BESCHIKKING
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 11 februari 2021, nummer RK 20/009407, op een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend
door
[klager] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de klager.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft G.J.P.M. Mooren, advocaat te Tilburg, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van de rechtbank beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
20 december 2022.