In deze zaak ging het om een klaagschrift van een koper die te goeder trouw een camper had gekocht die echter gestolen bleek te zijn. De rechtbank had het klaagschrift ongegrond verklaard en geoordeeld dat de teruggave van de camper aan de oorspronkelijke eigenaar, van wie de camper was gestolen, gerechtvaardigd was.
De koper had de camper via een Franse internetsite gekocht, had alle relevante documenten ingezien en een deel van de koopprijs via bankoverschrijving betaald. Na keuring bleek dat de camper als gestolen stond geregistreerd en dat het chassisnummer vervalst was. De rechtbank oordeelde dat hoewel de koper te goeder trouw was, dit niet betekent dat hij als rechthebbende kon worden beschouwd, omdat de oorspronkelijke eigenaar op grond van het Franse recht een sterker recht had op teruggave.
De Hoge Raad bevestigt dat in een beslagprocedure de rechter terughoudend moet zijn in het beoordelen van eigendomsrechten, maar wel civielrechtelijke aspecten mag betrekken. De Hoge Raad sluit zich aan bij de overwegingen van de rechtbank dat het belang van de strafvordering niet meer vordert dat het beslag wordt gehandhaafd en dat de teruggave aan de rechthebbende, hier de oorspronkelijke eigenaar, moet plaatsvinden. Het cassatieberoep wordt verworpen.