Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2022:1869

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
20/04379
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30fb AWR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt uitspraak over belastingrente bij betaling voorlopige aanslagen

Belanghebbende, een B.V., maakte bezwaar tegen de belastingrente die de Belastingdienst in rekening bracht over de vennootschapsbelastingjaren 2015 en 2016. Het geschil betrof de vraag of belastingrente terecht werd berekend over een periode waarin de Belastingdienst al beschikte over het te betalen belastingbedrag vanwege betaling van eerdere voorlopige aanslagen.

De Rechtbank Noord-Holland oordeelde dat de belastingrente terecht was berekend. Belanghebbende stelde hiertegen cassatieberoep in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gegrondverklaring van het beroep, verwijzend naar het arrest van 18 november 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1673) dat een vergelijkbare kwestie behandelde.

De Hoge Raad volgde de conclusie van de Advocaat-Generaal en vernietigde het vonnis van de Rechtbank. De zaak werd verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van het arrest. Tevens werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding en tot vergoeding van het betaalde griffierecht aan belanghebbende.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de Rechtbank vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer20/04379
Datum16 december 2022
ARREST
in de zaak van
[X] B.V. te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 20 november 2020, nrs. HAA 20/1122 en HAA 20/1123 [1] , betreffende ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door L.A. van Dijk, heeft tegen de uitspraak van de Rechtbank beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
De Advocaat-Generaal P.J. Wattel heeft op 29 juni 2022 geconcludeerd tot gegrondverklaring van het beroep in cassatie. [2] De Staatssecretaris heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel

2.1
Deze zaak ziet op beschikkingen inzake belastingrente die in rekening is gebracht ter zake van voorlopige aanslagen in de vennootschapsbelasting voor de jaren 2015 en 2016. Het geschil betreft, net als in de zaak die heeft geleid tot het arrest van de Hoge Raad van 18 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1673, in het bijzonder de belastingrente die aan belanghebbende in rekening is gebracht over een periode waarin de Belastingdienst vanwege de betaling van eerdere voorlopige aanslagen al beschikte over het desbetreffende te betalen belastingbedrag.
2.2
De Rechtbank heeft de vraag of de Inspecteur over de hiervoor in 2.1 bedoelde periode terecht belastingrente in rekening heeft gebracht, bevestigend beantwoord. Hiertegen keert zich het middel.
2.3
Op de gronden uiteengezet in rechtsoverwegingen 3.2 tot en met 3.3.4 van het hiervoor in 2.1 genoemde arrest van 18 november 2022 slaagt het middel. Het middel behoeft voor het overige geen behandeling.
2.4
De bestreden uitspraak kan niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

3.Proceskosten

De Staatssecretaris zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Door het verwijzingshof zal worden beoordeeld of aan belanghebbende voor de kosten van het geding voor de Rechtbank en in verband met de behandeling van het bezwaar een vergoeding moet worden toegekend.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- verklaart het beroep in cassatie gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank,
- verwijst het geding naar het Gerechtshof Amsterdam ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest,
- draagt de Staatssecretaris van Financiën op aan belanghebbende te vergoeden het griffierecht dat belanghebbende voor de behandeling van het beroep in cassatie heeft betaald van € 532, en
- veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van belanghebbende voor het geding in cassatie, vastgesteld op € 4.554 voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.W.C. Feteris, E.F. Faase, P.A.G.M. Cools en A.E.H. van der Voort Maarschalk, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.

Voetnoten

2.ECLI:NL:PHR:2022:641, met gemeenschappelijke bijlage ECLI:NL:PHR:2022:701.