ECLI:NL:HR:2022:1879
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake naheffingsaanslag omzetbelasting 2010
Belanghebbende, een B.V., was geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode van 1 januari 2010 tot en met 31 december 2010, inclusief een beschikking inzake heffingsrente. Na een uitspraak van de Rechtbank Gelderland werd hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, dat op 3 november 2020 uitspraak deed.
Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad tegen het arrest van het hof. De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot motivering omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsuniformiteit bevatten.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest werd op 16 december 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard, waarmee de uitspraak van het hof in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.