ECLI:NL:HR:2022:1880

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2022
Publicatiedatum
15 december 2022
Zaaknummer
21/00657
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake inkomstenbelasting 2015

Belanghebbende had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin het hoger beroep tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag werd behandeld. De zaak betrof de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2015, inclusief de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

De Hoge Raad heeft de ingebrachte klachten tegen het arrest van het Hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen nadere motivering gegeven omdat de klachten geen vragen opriepen die van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals voorgeschreven in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.

Verder heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is gewezen door de raadsheren Feteris, Faase en Van Eijsden en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
BELASTINGKAMER
Nummer21/00657
Datum16 december 2022
ARREST
in de zaak van
[X] te [Z] (hierna: belanghebbende)
tegen
de STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
op het beroep in cassatie tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 6 januari 2021, nr. BK-20/00354 [1] , op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (nr. SGR 19/5575) betreffende de aan belanghebbende voor het jaar 2015 opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen en de daarbij gegeven beschikking inzake belastingrente.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende, vertegenwoordigd door T.H. Huisman, heeft tegen de uitspraak van het Hof beroep in cassatie ingesteld.
De Staatssecretaris van Financiën, vertegenwoordigd door [P], heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het Hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Proceskosten

De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.W.C. Feteris als voorzitter, en de raadsheren E.F. Faase en J.A.R. van Eijsden, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 16 december 2022.