ECLI:NL:HR:2022:1881
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen en rente
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 16 november 2021, waarin de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over de jaren 2012, 2013 en 2014, inclusief de daarbij gegeven beschikkingen inzake belastingrente, werden bevestigd.
Eerder had de Hoge Raad bij arrest van 20 november 2020 een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dat arrest.
In het huidige arrest heeft de Hoge Raad de klachten van belanghebbende tegen het Hof beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de rechtsontwikkeling of eenheid van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. Het arrest is op 16 december 2022 in het openbaar gewezen door raadsheren Feteris, Faase en van Eijsden.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.