ECLI:NL:HR:2022:1882
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake definitieve antidumpingrechten
Belanghebbende, een B.V. gevestigd te Z, had in hoger beroep bij het Gerechtshof Amsterdam bezwaar gemaakt tegen uitnodigingen tot betaling van definitieve antidumpingrechten die door de Staatssecretaris van Financiën waren opgelegd. Het hof wees het hoger beroep af. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad heeft de ingediende klachten over het arrest van het hof beoordeeld en geoordeeld dat deze klachten niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad besloot dat het niet nodig was om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 16 december 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.