Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
20 december 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd in hoger beroep door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld voor meermalen gepleegde bedreiging. In cassatie klaagde de verdediging dat het hof niet had beslist op het verweer dat de verdachte wegens een psychische stoornis niet strafbaar is en daarom ontslagen moet worden van alle rechtsvervolging.
De Hoge Raad constateerde dat het hof, gelet op de pleitnota van de raadsman en de artikelen 358 en 359 Sv, op straffe van nietigheid een gemotiveerde beslissing had moeten geven op dit verweer. Nu het hof dit naliet en het vonnis van de rechtbank bevestigde zonder aanvullende motivering, was het middel gegrond.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof en verwees de zaak terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing, waarbij het hof alsnog gemotiveerd op het verweer moet ingaan.
De zaak betreft bedreigingen gepleegd in januari en juni 2020, waarbij de verdachte onder meer dreigde met woorden als "Zal ik je onder de trein gooien" en "Moet ik een pistool halen en iemand neerschieten". De verdediging voerde dat de verdachte lijdt aan schizofrenie en andere stoornissen, waardoor de feiten hem niet kunnen worden toegerekend.
De Hoge Raad benadrukte het belang van een volledige motivering bij het niet-ontvankelijk verklaren van een verdachte op grond van psychische stoornis en handhaafde het beginsel dat een dergelijk verweer niet mag worden genegeerd.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting met een gemotiveerde beslissing op het psychische stoornis verweer.