Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
4.Beslissing
20 december 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die werd veroordeeld voor zware mishandeling door zijn echtgenote van de trap te duwen. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 240 uur, subsidiair 120 dagen hechtenis.
De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte over het hofarrest beoordeeld, maar deze konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad motiveert dit niet, omdat de klachten niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Wel oordeelt de Hoge Raad ambtshalve dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 lid 1 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot vermindering van de opgelegde taakstraf en de vervangende hechtenis.
De Hoge Raad vernietigt het hofarrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de taakstraf en de vervangende hechtenis en vermindert deze tot 228 uur taakstraf, subsidiair 114 dagen hechtenis. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de taakstraf tot 228 uur en de vervangende hechtenis tot 114 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn.