Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.De bewezenverklaring en de bewijsvoering
als verklaring van aangeefster [aangeefster]:
als verklaring van verdachte:
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het hof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld wegens zware mishandeling van zijn echtgenote, waarbij hij haar opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebracht door haar van de trap te duwen, waardoor zij door een ruit viel. Het hof legde een gevangenisstraf en taakstraf op en nam een beslissing over de vordering van de benadeelde partij.
In het cassatieberoep stelde de verdediging dat de bewijsmiddelen onvoldoende waren om de bewezenverklaring te ondersteunen en dat de bewijsmotivering onbegrijpelijk was. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de verdachte zijn echtgenote van de trap had geduwd, mede op basis van verklaringen van zowel de aangeefster als de verdachte zelf.
De Hoge Raad bevestigde dat het hof voldoende had gemotiveerd dat verdachte voorwaardelijk opzet had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel, aangezien de kans op zwaar letsel door een duw van de trap aanmerkelijk was. De persoonlijke problematiek van verdachte deed hieraan niet af. Het cassatieberoep faalde en werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor zware mishandeling door duw van de trap blijft in stand.