Uitspraak
1.Geding in cassatie
De Staatssecretaris, vertegenwoordigd door [P] , heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Hoge Raad
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 12 juni 2020, waarin het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant werd behandeld. Het geschil betrof een informatiebeschikking die door de Staatssecretaris van Financiën aan belanghebbende was opgelegd.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende tegen het arrest van het hof beoordeeld. Deze klachten konden niet leiden tot vernietiging van het arrest. De Hoge Raad heeft daarbij geen motivering gegeven, omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Hiermee blijft het oordeel van het hof in stand dat de informatiebeschikking rechtsgeldig is opgelegd aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het hof blijft in stand.