ECLI:NL:HR:2022:250

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 februari 2022
Publicatiedatum
17 februari 2022
Zaaknummer
20/03978
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet ROArt. 312.3 SrArt. 311.1 SrArt. 342.2 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling medeplegen gewelddadige woningoverval met fatale afloop

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van een gewelddadige woningoverval op een hoogbejaarde vrouw, met fatale afloop, en woninginbraak.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte over het opzet op medeplegen van het verrichte geweld, de toerekening van de dood van het slachtoffer, het bewijsminimum van art. 342.2 Sv (unus testis) met betrekking tot woninginbraak, en het gebruik van de adviesbevoegdheid bij tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis beoordeeld.

De Hoge Raad oordeelt dat deze klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof en wijst het cassatieberoep af zonder nadere motivering, conform art. 81 lid 1 Wet Pro RO.

Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad en uitgesproken in openbare terechtzitting op 22 februari 2022.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03978
Datum22 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 30 november 2020, nummer 20-003576-17, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft Y. Moszkowicz, advocaat te Utrecht, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadsman van de verdachte heeft daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier B.C. Broekhuizen-Meuter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
22 februari 2022.