Uitspraak
- verdachte zal vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;
- de onder 1 subsidiair en onder 2 tenlastegelegde feiten bewezen zal verklaren conform de rechtbank;
- de verdachte zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 9 jaren, met aftrek van voorarrest;
- de vorderingen van de benadeelde partijen conform de beslissing van de rechtbank integraal zal toewijzen, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
- vrijspraak van het onder 1 primair tenlastegelegde feit bepleit;
- zich gerefereerd aan een bewezenverklaring van het onder 1 subsidiair tenlastegelegde feit, met dien verstande dat is bepleit dat uitsluitend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging en dat verdachte voor het overige dient te worden vrijgesproken;
- bepleit dat het hof geen hogere straf zal opleggen dan de door de rechtbank opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren;
- zich ten aanzien van de vorderingen van de benadeelde partijen gerefereerd aan het oordeel van het hof.
hij op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet
hij op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kistje met geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s),
Meer subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere(n) op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer 1] van het leven heeft/hebben beroofd, immers heeft/hebben die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of (een of meer van) zijn/hun mededader(s) met dat opzet
Meest subsidiair
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of een of meer andere(n) op of omstreeks 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een kistje met geld en/of sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s),
hij op of omstreeks 20 november 2016 te Neerkant, gemeente Deurne, omstreeks 04.12 uur, in elk geval gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] , alwaar hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende(n) bevond(en), heeft weggenomen een kistje met € 1.000,00 à € 1.500,00, in elk geval enig goed en/of hoeveelheid geld, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan hem, verdachte, en/of zijn mededader(s), waarbij hij, verdachte, en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen kistje met € 1.000,00 à € 1.500,00 onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking, te weten door het openbreken van een deur van voornoemde woning.
hij op 29 augustus 2014 in de gemeente Helmond tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een kistje met sieraden toebehorende aan [slachtoffer 1] ,
hij op 20 november 2016 te Neerkant, gemeente Deurne, gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een woning gelegen aan de [adres] , alwaar hij, verdachte, zich buiten weten of tegen de wil van de rechthebbende bevond, heeft weggenomen een kistje met € 1.000,00 à € 1.500,00 toebehorende aan [slachtoffer 2] , waarbij hij, verdachte, zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak, te weten door het openbreken van een deur van voornoemde woning.
Ten aanzien van feit 1
1. Relevante feiten en omstandigheden met betrekking tot de woningoverval
Bgenoemde feiten en omstandigheden als vaststaand aan.
hieronder genoemde onderdelenvan de verklaringen van [medeverdachte 1] . Hij heeft kort na zijn aanhouding voor het eerst inhoudelijk verklaard (30 september 2016) en heeft nadien nog verschillende malen verklaringen afgelegd, waaronder ter terechtzitting in hoger beroep d.d. 5 november 2020. Het hof is van oordeel dat [medeverdachte 1] zeer uitgebreid, gedetailleerd en consistent heeft verklaard. De verklaringen van [medeverdachte 1] bevatten weliswaar op onderdelen enkele discrepanties, doch het hof is van oordeel dat deze in grote mate en op wezenlijke onderdelen met elkaar overeenkomen. De discrepanties doen geen afbreuk aan de kern van de verklaringen van [medeverdachte 1] , zoals is weergegeven in bewijsmiddel 17. Hoewel [medeverdachte 1] bij de politie, de rechtbank en het hof hierover kritisch is doorgevraagd, is deze kern van de verklaringen in de loop der tijd niet gewijzigd. Hij heeft zichzelf in zijn verklaringen bovendien niet gespaard, integendeel. Hij heeft vanaf het begin verklaard dat hij de hoofdrol had in de uitvoering van het delict. Tot slot vindt zijn verklaring in belangrijke mate steun in de overige bewijsmiddelen.
2. De toedracht van de geconstateerde letsels van [slachtoffer 1]
3. De rol van verdachte, medeplegen en redelijke toerekening
5. Conclusie
Ten aanzien van feit 2
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
8 (acht) jaren;
€ 5.000,00 (vijfduizend euro) ter zake van immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
gijzeling voor de duur van ten hoogste 60 (zestig) dagenkan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;
€ 5.466,25 (vijfduizend vierhonderdzesenzestig euro en vijfentwintig cent) bestaande uit € 466,25 (vierhonderdzesenzestig euro en vijfentwintig cent) materiële schade en € 5.000,00 (vijfduizend euro) immateriële schade, waarvoor de verdachte met de mededader(s) hoofdelijk voor het gehele bedrag aansprakelijk is, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de hierna te noemen aanvangsdatum tot aan de dag der voldoening;
gijzeling voor de duur van ten hoogste 62 (tweeënzestig) dagenkan worden toegepast indien verhaal niet mogelijk blijkt, met dien verstande dat de toepassing van die gijzeling de verplichting tot schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer niet opheft;