Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
22 februari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam van 23 juli 2020, waarin hij werd veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk vervoeren van 5 kilo hennep op 17 april 2018 te Amsterdam.
Het hof baseerde zijn oordeel op meerdere bewijsmiddelen, waaronder proces-verbalen van bevindingen van verbalisanten die de verdachte en zijn medeverdachten observeerden bij het vervoeren van een zwarte sporttas met hennep in twee witte Volkswagen personenauto's. De verbalisanten namen de henneplucht waar, zagen de overdracht van de tas en de gezamenlijke handelingen van de verdachten, en namen de hennep in beslag. De inhoud van de tas werd door een deskundige herkend als gedroogde henneptoppen.
Het hof concludeerde dat de verdachte en zijn medeverdachten bewust en nauw samenwerkten bij de gezamenlijke uitvoering van het delict. De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd, dat het oordeel niet onbegrijpelijk is en dat het cassatiemiddel faalt. Het beroep wordt verworpen en de veroordeling blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor medeplegen van het opzettelijk vervoeren van 5 kilo hennep wordt bevestigd.