Conclusie
eerstemiddel ziet op de bewijsvoering van het onder 1 bewezenverklaarde feit en komt op tegen ’s hofs oordeel dat de verdachte medepleger zou zijn van het vervoer van ruim 70 kilogram cocaïne. Alvorens ik het middel bespreek, geef ik de bewezenverklaring van de feiten 1, 2 en 3, de bewijsmiddelen en ‘s hofs bewijsoverwegingen weer.
- (munitieomschrijving 2)
6 bijbehorende kogelpatronen van het kaliber .38 special,
het hof begrijpt: de bestuurder van de Transit) aangehouden.
19.Een proces-verbaal van bevindingend.d. 9 november 2016, (…), inhoudende:
[betrokkene 2], [e-straat 1], [postcode] [plaats], e-mail [e-mailadres]
33.Een proces-verbaal Onderzoek wapend.d. 11 november 2016 (…), inhoudende:
meerderedelicten, ook als de afzonderlijke medepleger niet rechtstreeks is betrokken bij elk
afzonderlijkdelict’. [4] Cupido, Kooijmans en Yanev hebben een benadering van medeplegen bepleit waarin ‘de objectieve bijdrage van de verdachte en zijn subjectieve intentie beide een rol spelen en als communicerende vaten worden toegepast’. [5] Albers, Beekhuis en Ter Haar leidden in 2020 uit rechtspraak van Uw Raad af ‘dat het planmatige en intentionele karakter van de bijdrage van de verdachte (…) een meer prominente plek’ in lijkt te nemen in de overwegingen van Uw Raad. Buiten kijf staat volgens de auteurs evenwel nog steeds ‘dat de mededader een bijdrage van voldoende gewicht moet hebben geleverd aan het delict’. [6] De Hullu is van mening dat de geldende rechtspraak mogelijkheden biedt voor een benadering waarin meer aandacht uitgaat naar het gezamenlijk plan en waarin de objectieve en subjectieve zijde van medeplegen meer als communicerende vaten worden gezien ‘indien maar goed voor ogen wordt gehouden dat beide zijden aan bod komen en dat de rol van de medepleger per saldo in het geheel wel van voldoende gewicht moet zijn’. [7]
tweedemiddel klaagt over schending van het vereiste van berechting binnen een redelijke termijn, in het bijzonder de inzendingstermijn in cassatie.