ECLI:NL:HR:2022:315
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens gebrek aan bevoegdheid
De Hoge Raad behandelde het beroep in cassatie van A.F.M.J. Verhoeven tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 5 november 2021. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie, waarbij de Hoge Raad onderzocht of de indiener van het beroepschrift bevoegd was om het beroep in cassatie in te stellen namens de partij.
De griffier van de Hoge Raad had de indiener verzocht binnen zes weken een bewijsstuk te overleggen waaruit de bevoegdheid tot het instellen van het beroep in cassatie bleek. Hoewel een machtiging werd overgelegd, bleek deze niet te omvatten het instellen van het beroep in cassatie. De Hoge Raad concludeerde daarom dat de indiener niet bevoegd was en verklaarde het beroep in cassatie niet-ontvankelijk.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om de proceskosten aan de indiener toe te rekenen. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren in aanwezigheid van de waarnemend griffier op 25 februari 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan bevoegdheid van de indiener.