ECLI:NL:HR:2022:316
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belastingaanslagen 2014
Belanghebbende heeft in cassatie beroep ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 31 december 2020, waarin het hoger beroep tegen de belastingaanslagen inkomstenbelasting en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet over 2014 werd behandeld.
De Hoge Raad heeft de aangevoerde klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was het niet noodzakelijk om de klachten inhoudelijk te motiveren omdat zij niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard en zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het arrest is op 25 februari 2022 in het openbaar gewezen door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president R.J. Koopman.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.