ECLI:NL:HR:2022:318
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelasting 2019
Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 16 maart 2021, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslag onroerendezaakbelasting 2019 betreffende een onroerende zaak te Amersfoort heeft behandeld.
Het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Amersfoort heeft verweer gevoerd tegen het cassatieberoep. Tevens heeft belanghebbende een wrakingsverzoek ingediend, dat door de Hoge Raad bij beslissing van 11 februari 2022 buiten behandeling is gesteld.
De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen en heeft het beroep in cassatie ongegrond verklaard. Het arrest is op 25 februari 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad.
Uitkomst: Het cassatieberoep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en het wrakingsverzoek wordt afgewezen.