ECLI:NL:HR:2022:386
Hoge Raad
- Artikel 80a RO-zaken
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening arrest Hoge Raad afgewezen op grond van artikel 80a RO
In deze zaak heeft belanghebbende een verzoek tot herziening ingediend van het arrest van de Hoge Raad van 16 november 2018 (ECLI:NL:HR:2018:2127). De Hoge Raad heeft dit verzoek beoordeeld en daarbij het advies van de procureur-generaal ingewonnen.
De Hoge Raad is tot het oordeel gekomen dat het verzoek om herziening duidelijk niet kan slagen. Op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie (RO) heeft de Hoge Raad besloten het verzoek zonder verdere motivering niet-ontvankelijk te verklaren.
Daarnaast heeft de Hoge Raad geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is op 18 maart 2022 in het openbaar gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard zonder proceskostenveroordeling.