Uitspraak
wonende te [woonplaats],
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
18 maart 2022.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De rechtbank Noord-Holland had op 22 februari 2021 een zorgmachtiging verleend aan betrokkene tot 22 februari 2022. Op 9 september 2021 besloot de zorgverantwoordelijke tot het verlenen van tijdelijke verplichte zorg die niet binnen de oorspronkelijke machtiging viel. De officier van justitie verzocht de rechtbank de zorgmachtiging te wijzigen om de toepassing van Electro Convulsie Therapie toe te staan indien medicatie onvoldoende effect had.
Bij het wijzigingsverzoek werden diverse stukken overgelegd, waaronder de oorspronkelijke zorgmachtiging, een aanvraag tot wijziging, een advies van de geneesheer-directeur, het zorgplan en een overzicht van eerdere machtigingen. De rechtbank wijzigde de zorgmachtiging overeenkomstig het verzoek.
In cassatie klaagde betrokkene dat niet alle wettelijk vereiste stukken, met name de onderliggende medische stukken en een aanvullende verklaring van een onafhankelijke psychiater conform art. 5:7 Wvggz Pro, waren overgelegd. De Hoge Raad bevestigde dat bij een wijziging van een zorgmachtiging de bestaande machtiging en de daaraan ten grondslag liggende stukken, inclusief een actuele medische verklaring, moeten worden overgelegd. Dit ontbrak in deze zaak, waardoor de procedure niet voldeed aan de wettelijke eisen.
De Hoge Raad vernietigde daarom de beschikking van de rechtbank en verwees de zaak terug voor verdere behandeling en beslissing. Hiermee is gewaarborgd dat de rechter kan toetsen aan de eisen van proportionaliteit, subsidiariteit en doelmatigheid van de verplichte zorg.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot wijziging van de zorgmachtiging en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor verdere behandeling.