ECLI:NL:HR:2022:426
Hoge Raad
- Herziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om herziening arrest Hoge Raad afgewezen wegens niet betaling griffierecht
Belanghebbende heeft bij de Hoge Raad een verzoek tot herziening ingediend van een eerder arrest van 11 september 2020. De griffier heeft belanghebbende bij aangetekende brief gewezen op de verplichting tot betaling van griffierecht en een termijn van vier weken gesteld voor betaling.
Volgens Track&Trace is de brief afgeleverd, maar het griffierecht is niet voldaan. De door belanghebbende aangevoerde redenen in zijn brief van 20 februari 2022 zijn niet voldoende om het verzuim te rechtvaardigen.
Op grond van de toepasselijke wettelijke bepalingen (artikel 8:41 lid 6 Awb Pro, artikel 29 AWR Pro en artikel 8:119 lid 2 Awb Pro) is het verzoek om herziening niet-ontvankelijk verklaard. De Hoge Raad ziet geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 25 maart 2022 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.