ECLI:NL:HR:2022:432
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding
Belanghebbende heeft een beroep in cassatie ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 23 juli 2021, die betrekking had op een WAJONG-zaak. De Hoge Raad heeft vastgesteld dat het beroepschrift in cassatie niet binnen de in artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde termijn van zes weken is ingediend; de termijn eindigde op 10 september 2021, terwijl het beroepschrift pas op 1 oktober 2021 werd ontvangen.
De griffier van de Hoge Raad heeft belanghebbende vervolgens bij aangetekende brief op 1 februari 2022 in de gelegenheid gesteld om te verklaren waarom de termijn was overschreden. Belanghebbende heeft hier geen gebruik van gemaakt. Gezien deze omstandigheden heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie niet-ontvankelijk verklaard.
De Hoge Raad heeft geen aanleiding gezien om belanghebbende te veroordelen in de proceskosten. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.