ECLI:NL:HR:2022:468

Hoge Raad

Datum uitspraak
29 maart 2022
Publicatiedatum
28 maart 2022
Zaaknummer
21/00006
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 140a SrArt. 197a SrArt. 3.C OpiumwetArt. 311.1.5 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatie in zaak deelneming aan terroristische organisaties en medeplegen mensensmokkel

De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2020, waarin de verdachte werd veroordeeld voor deelneming aan terroristische organisaties IS en Jabhat al-Nusra tussen 2013 en 2015, medeplegen van mensensmokkel, het aanwezig hebben van hennep en diefstal door middel van verbreking.

Het cassatieberoep werd ingesteld door de verdachte en betrof onder meer de beoordeling van het bewijs, waaronder het gebruik van foto's en WhatsApp-berichten, en de vraag of er sprake was van opzet op het terroristisch oogmerk van de organisaties. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld maar oordeelde dat deze niet konden leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad motiveerde dit niet uitvoerig, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk was voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

De strafmotivering van het hof werd bevestigd, waarbij onder meer werd meegewogen dat de verdachte in ieder geval veertien mensen het leven heeft gekost. Het cassatieberoep werd op 29 maart 2022 verworpen door de Hoge Raad, uitgesproken door de vice-president en raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00006
Datum29 maart 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 18 december 2020, nummer 22-004954-18, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben T.M.D. Buruma en F.T.C. Dölle, beiden advocaat te Amsterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit. Het eerste cassatiemiddel is later ingetrokken.
De advocaat-generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De raadslieden van de verdachte hebben daarop schriftelijk gereageerd.

2.Beoordeling van de cassatiemiddelen

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
29 maart 2022.