Conclusie
eerstemiddel is in een aanvullende schriftuur ingetrokken. Het
tweedeen
derdemiddel betreffen de bewijsvoering van het onder 1 bewezenverklaarde. Voordat ik deze middelen bespreek geef ik de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en ’s hofs bewijsoverweging weer.
1. Whatsapp gesprek d.d. 09.06.2016: [verdachte] en [betrokkene 1]
2. Whatsapp gesprek d.d. 16.06.2016: [verdachte] en [betrokkene 2]
3. Whatsapp gesprek d.d. 7-7-2016: [verdachte] en [betrokkene 3]
4. Whatsapp gesprek d.d. 22.09.2016: [verdachte] en [betrokkene 4]
6. Whatsapp gesprek d.d. 30.10.2016: [verdachte] en [betrokkene 5]
Ben je [verdachte] snel vergeten. Moge God jou accepteren.
heb gehaald.
te zijn
[verdachte]
de Jabha(letterlijke betekenis: front, maar kan ook naar een strijdgroep verwijzen waarvan de naam met Jabhat begint)
heeft mij afgedankt
en al-Dawla(letterlijke betekenis; de staat, wordt tevens gebruikt om de organisatie de Islamitische Staat aan te duiden)
heeft mij afgedankt
zegt [betrokkene 1] : ik kan me nog een verhaal herinneren toen wij bij de aller laatste post gestationeerd waren. Voor ons waren er al Dawaïsch (scheldwoord voor IS-leden) en achter ons waren de Ahrar (naam van een groepering). We kregen drang en moesten poepen en het was winter. Ik zei toen tegen je: “Ik ga naar de post”. Waarop jij zei: “Nee man, laat me niet alleen”. Ik zei: “Maar waar moet het dan?”. “Bij de splitsing”. ( [betrokkene 7] vertelt lachend verder) jij (onverstaanbaar) al Dalwa en ik hield de Ahrar in de gaten. Ik deed wat kleding uit want het was donker in de winter. Het kwam op de wollen onderbroek. Oh mijn God (door het lachen onverstaanbaar).22/09/2017 22:43:23 (UTC+2)
[verdachte]
foto’ s 12 en 13is de vlag te zien die in de context van het Syrisch conflict door de Islamitische Staat wordt gebruikt. Deze vlag staat afgebeeld op documenten van de Islamitische Staat en wordt getoond op foto’ s en video’ s die verspreid worden door de organisatie.
[verdachte]
tweedemiddel behelst de klacht dat het hof heeft verzuimd in het bijzonder de redenen op te geven waarom het is afgeweken van het namens de verdachte ingenomen uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat de foto’ s uit het dossier niet kunnen meewegen voor het bewijs en dat de Whatsapp-berichten onvoldoende steun vinden in andere bewijsmiddelen, en van het uitdrukkelijk onderbouwde standpunt dat onmogelijk valt vast te stellen voor welke groepering en in welke periode de verdachte deelnam aan de gewapende strijd. De stellers van het middel wijzen daarbij op de paragrafen 35 t/m 120 van het pleidooi dat de raadsman heeft uitgesproken op de terechtzitting van 29 juni 2020 en op de paragrafen 20 t/m 29 van het pleidooi dat is uitgesproken op de terechtzitting van 23 november 2020.
shahadaniet kan ‘worden bedeeld tot een specifieke groepering’ (randnummer 40). En dat zou ook gelden voor het handgebaar
tahweed(randnummer 44). Uit de opvattingen van deskundigen zou voorts volgen dat het niet mogelijk is om strijders aan de hand van kleding van burgers te onderscheiden (randnummer 54). Getuigen zouden dit beeld bevestigen (randnummers 53 en 54). Ook wordt een bron genoemd die stelt ‘dat strijdgroepen bij checkpoints foto’ s op mobiele telefoons gebruikten ter indicatie van de politieke overtuigingen van passerende burgers, met ernstige represailles en consequenties ten gevolg’ (randnummer 58), welk beeld eveneens door getuigen zou zijn bevestigd (randnummer 60). Na een bespreking van de foto’ s in het vonnis van de rechtbank stelt de verdediging concluderend ‘dat van de in het dossier opgenomen foto’ s niets af te leiden valt’ (randnummer 69). Daarop wordt in het vervolg van het pleidooi voortgebouwd met de stelling dat ‘de foto’ s niet kunnen meewegen voor het bewijs’ (randnummer 113).
jabha/jabhatniet enkel aan JaN te koppelen is’ (randnummer 88). Voor deelname aan andere groeperingen zou ‘op geen manier enige onderbouwing te vinden’ zijn (randnummer 91). Voorts wordt gewezen op contra-indicaties die enige deelname van de verdachte aan een organisatie met een terroristisch oogmerk onaannemelijk maken (randnummer 93 e.v.). Geconcludeerd wordt dat ‘er slechts beperkt bewijswaarde aan de inhoud van de berichten (kan) worden toegekend nu deze op geen enkele wijze bevestiging/steun vinden in de rest van het dossier’ (randnummer 108). In het vervolg van het pleidooi volgt de conclusie dat uit de Whatsapp-berichten ‘niet wettig en overtuigend bewezen (kan) worden verklaard’ dat de verdachte ‘daadwerkelijk heeft deelgenomen aan de gewapende strijd’ en dat het in ieder geval ‘onmogelijk (is) om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen voor welke groepering hij dan aan die strijd heeft deelgenomen’ (randnummer 114) en ‘in welke periode dit is geweest’ (randnummer 115).
derdemiddel bevat de klacht dat het bewezenverklaarde opzet niet uit de inhoud van de bewijsvoering kan worden afgeleid en/of dat het gerechtshof daarbij ten onrechte althans onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat het een feit van algemene bekendheid is dat ten tijde van het ten laste gelegde maar ook al geruime tijd voor die periode jihadistische strijdgroepen systematisch en op grote schaal ernstige misdrijven pleegden.
NJ2011/116 m.nt. Mevis.
terroristischemisdrijven te plegen’. Gezien de veelheid aan (diverse) informatie die in Syrië in de tenlastegelegde periode over het oogmerk van de talrijke strijdgroepen te vinden was, zou de vaststelling van het hof ‘voor Syriërs in Syrië geen algemeen bekend gegeven’ zijn. De internetverbinding en toegang tot objectieve en onbetwiste bronnen van informatie zou beperkt zijn geweest en de in de oorlog betrokken actoren zouden op grote schaal onderling tegenstrijdige propaganda hebben verspreid.
vierdemiddel bevat een klacht over de strafmotivering, voor zover inhoudend dat de verdachte ‘in ieder geval 14 mensen om het leven heeft gebracht’. Het hof zou daarmee ten onrechte (strafbare) feiten in aanmerking hebben genomen die niet zijn tenlastegelegd, waarvoor onvoldoende wettig bewijs bestaat en waarvan niet gebleken is dat de verdachte deze heeft erkend.