ECLI:NL:HR:2022:478
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond in belastingrechtelijke procedure over redelijke termijn
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een verzoek om veroordeling in proceskosten en vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om de motivering van dit oordeel te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.
Verder zag de Hoge Raad geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen. Het beroep in cassatie werd derhalve ongegrond verklaard.
Het arrest is uitgesproken door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier, op 1 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.