ECLI:NL:HR:2022:483
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake loonheffingen 2018
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had in hoger beroep bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geprocedeerd tegen een uitspraak van de Rechtbank Gelderland over de door haar afgedragen loonheffingen over het tijdvak 13 van 2018. Na het arrest van het hof stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde meerdere klachten aan tegen het hof.
De Staatssecretaris van Financiën voerde verweer. De Hoge Raad heeft de klachten van belanghebbende beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad vond geen aanleiding om de klachten inhoudelijk te motiveren, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
Ten aanzien van de proceskosten heeft de Hoge Raad geen veroordeling opgelegd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.