Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel
Op 20 januari 2003 is bij de alarmcentrale van de politie een melding van een misdrijf binnengekomen. Het misdrijf zou hebben plaatsgevonden op de parkeerplaats Bloemers in het natuurgebied de Posbank in de gemeente Rheden. De melder, [betrokkene] , had gezien toen hij op zijn fiets langs de parkeerplaats reed, dat er iemand op de grond in een wit shirt met een hele grote rode plek op zijn rug lag en voorts dat er twee personen liepen. Nadat hij ongeveer 200 meter is doorgefietst, heeft hij de politie via het alarmnummer 112 gebeld. Als tijdstip van de melding staat in het dossier 17:02:42 uur genoteerd.
Het hof ziet zich voor de vraag gesteld of wettig en overtuigend bewijs voorhanden is dat de verdachte, samen met een ander, verantwoordelijk kan worden gehouden voor de dood van [slachtoffer 2] en voor de brandstichting. Daartoe overweegt het hof als volgt.
De raadsvrouw heeft betoogd dat de door [betrokkene 2] afgelegde verklaringen niet tot het bewijs gebezigd kunnen worden omdat zijn verklaringen om verschillende redenen onvoldoende betrouwbaar zijn. Zo stelt de verdediging dat de door [betrokkene 2] afgelegde verklaringen een aaneenschakeling van onwaarschijnlijkheden, tegenstrijdigheden en vaagheden zijn en de verdediging meent dat er terughoudend met het gebruik van zijn verklaringen dient te worden omgegaan. (...)
3.Beoordeling van de cassatiemiddelen voor het overige
4.Ambtshalve beoordeling van de uitspraak van het hof
5.Beslissing
19 april 2022.