Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
11 januari 2022.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin de verdachte werd veroordeeld wegens het niet voldoen aan de plicht om zijn zoon ingeschreven te houden op een school, in strijd met artikel 2.1 van de Leerplichtwet 1969.
De verdachte stelde in cassatie verschillende klachten in, met name over de bewijswaardering door het hof. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de klachten beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest.
De Hoge Raad motiveert zijn oordeel niet uitvoerig omdat de klachten geen vragen van belang voor de eenheid of ontwikkeling van het recht oproepen, zoals bedoeld in artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Daarmee blijft het arrest van het gerechtshof in stand en wordt het cassatieberoep verworpen, waarmee de veroordeling van de verdachte gehandhaafd blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling wegens niet naleving van de leerplicht blijft in stand.