ECLI:NL:HR:2022:602
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof en verwijst zaak Belastingaanslag 2011 terug
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een aanslag inkomstenbelasting en heffingsrente over het jaar 2011. De Hoge Raad oordeelde dat de middelen I en II slaagden op basis van een eerder arrest in een vergelijkbare zaak tussen dezelfde partijen.
De Hoge Raad vernietigde de uitspraak van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor een volledige herbeoordeling, waarbij het arrest als richtsnoer dient. De overige middelen werden niet behandeld omdat de vernietiging en verwijzing reeds voldoende waren.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van het cassatiegeding en opgedragen om het betaalde griffierecht aan belanghebbende te vergoeden. De vergoeding voor eerdere procedures wordt door het verwijzingshof beoordeeld.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.