ECLI:NL:HR:2022:605
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake belasting op personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had beroep in cassatie ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag inzake een door haar voldaan bedrag aan belasting op personenauto’s en motorrijwielen. De zaak betreft een fiscale geschil tussen belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen van belanghebbende beoordeeld maar geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het hofarrest. De Hoge Raad achtte het niet noodzakelijk om inhoudelijk op de rechtsvragen in te gaan, omdat deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad heeft geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest is gewezen door de vice-president van Hilten als voorzitter en raadsheren Punt en Fierstra, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2022.
Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Den Haag blijft in stand.