ECLI:NL:HR:2022:608
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart cassatieberoep ongegrond in zaak over belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende, een B.V., had beroep ingesteld tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag over door haar op aangifte betaalde belasting op personenauto’s en motorrijwielen. Na behandeling van het cassatieberoep heeft de Hoge Raad de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden.
De Hoge Raad heeft geen motivering gegeven voor het oordeel omdat de ingebrachte vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, zoals bepaald in artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie. Er is ook geen aanleiding gezien om proceskosten toe te wijzen.
Het arrest is gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en is op 22 april 2022 in het openbaar uitgesproken. Hiermee is het cassatieberoep ongegrond verklaard en blijft het hofarrest in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof blijft in stand.