Uitspraak
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
gevestigd te Rotterdam,
wonende te [woonplaats] ,
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
22 april 2022.
Hoge Raad
In deze zaak staat centraal of art. 7:954 lid 1 BW Pro (de directe actie) toepassing mist wanneer de benadeelde jegens de verzekeraar een eigen recht op schadevergoeding heeft uit hoofde van art. 6 lid 1 WAM Pro, maar dat recht door verjaring niet meer afdwingbaar is.
De feiten betreffen een aanrijding in 2000 waarbij de benadeelde schade leed en rechtstreeks de verzekeraar aansprak op grond van de WAM. Allianz erkende aansprakelijkheid en betaalde voorschotten, maar de vordering werd uiteindelijk door de rechtbank afgewezen wegens verjaring. De benadeelde wendde zich vervolgens tot de erfgenamen van de verzekerde en Allianz, die het hof veroordeelde tot schadevergoeding en betaling van wettelijke rente.
De Hoge Raad stelt dat de beperking in art. 7:954 lid 7 BW Pro niet ziet op situaties waarin het eigen recht op schadevergoeding uit de WAM is verjaard. In dat geval kan de benadeelde terugvallen op de bescherming van de directe actie. De veroordeling van het hof tot onverkorte betaling van wettelijke rente aan de erfgenamen en Allianz wordt echter vernietigd, omdat dit buiten de grenzen van de rechtsstrijd is gegaan. De zaak wordt niet verwezen, zodat de rente in de schadestaatprocedure kan worden beoordeeld.
De Hoge Raad compenseert de proceskosten in cassatie en bevestigt daarmee de bescherming van de benadeelde tegen insolventie van de verzekerde, ook na verjaring van het eigen recht uit de WAM.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest voor zover onverkort wettelijke rente is toegewezen en bevestigt dat directe actie ook geldt bij verjaring eigen recht WAM.