Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
10 mei 2022.
Hoge Raad
De betrokkene heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 4 mei 2021, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen. De zaak betrof onder meer witwassen en valsheid in geschrift. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De Hoge Raad heeft het cassatiemiddel beoordeeld en geoordeeld dat de klachten niet leiden tot vernietiging van het arrest. Er is geen noodzaak tot motivering van het oordeel, omdat de klachten niet relevant zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
Hiermee bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het hof en verwerpt het beroep van de betrokkene. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 10 mei 2022.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof Den Haag bevestigd.