Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
24 mei 2022.
Hoge Raad
De verdachte werd bij verstek veroordeeld en het hof verklaarde hem niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. Verdachte beheerst de Nederlandse taal onvoldoende en ontving de mededeling van het vonnis niet in zijn moedertaal, de Poolse taal, zoals vereist volgens artikel 366 lid 4 Sv Pro.
De verdediging voerde aan dat deze ontbrekende vertaling de termijnoverschrijding verontschuldigbaar maakt. Het hof oordeelde echter dat verdachte al jaren in Nederland woont, de mededeling persoonlijk had ontvangen en niet direct actie had ondernomen, waardoor de termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar was.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een vertaling in strijd is met artikel 366 lid 4 Sv Pro en dat het hof het oordeel niet zonder meer kon handhaven. De mededeling dat verdachte met de brief naar een advocaat moest gaan, was onvoldoende om hem te informeren over het belang van tijdig hoger beroep. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en wijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling vanwege het ontbreken van een vertaling van de mededeling van het vonnis.