ECLI:NL:HR:2022:790
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake socialezekerheidswetgeving
Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep, die op haar beurt het hoger beroep behandelde tegen een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam over de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving.
De Hoge Raad heeft de ingediende middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Daarbij was het niet noodzakelijk om inhoudelijk in te gaan op de rechtsvragen, aangezien deze niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht volgens artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie.
De Hoge Raad zag geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Hiermee werd de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep bekrachtigd, waarmee de vaststelling van de toepasselijke socialezekerheidswetgeving ongewijzigd bleef.
Uitkomst: Het cassatieberoep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is bekrachtigd.