ECLI:NL:HR:2022:809

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
31 mei 2022
Zaaknummer
21/00540
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in zaak vernieling celdeur met beroep op psychische overmacht

In deze strafzaak is de verdachte veroordeeld voor vernieling van een celdeur van een ophoudkamer in een politiebureau, zoals bedoeld in artikel 350 lid 1 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 8 februari 2021 uitspraak gedaan in deze zaak. De verdachte stelde in cassatie dat het hof had verzuimd te beslissen op zijn beroep op psychische overmacht.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat het hof niet verplicht was om op dit verweer te beslissen, omdat het niet noodzakelijk was voor de uitspraak en het beantwoorden van deze vraag niet van belang is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht. De klachten van de verdachte konden daarom niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof.

De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep en de Hoge Raad heeft dit advies gevolgd. Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en is op 21 juni 2022 uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor vernieling van de celdeur blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00540
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 8 februari 2021, nummer 21-001329-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze hebben R.J. Baumgardt, P. van Dongen en S. van den Akker, allen advocaat te Rotterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.