ECLI:NL:HR:2022:813

Hoge Raad

Datum uitspraak
31 mei 2022
Publicatiedatum
31 mei 2022
Zaaknummer
21/01293
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel uit hennepkwekerij

In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene centraal, die was veroordeeld voor het opzettelijk telen van 208 hennepplanten. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had in zijn uitspraak van 10 maart 2021 geoordeeld over de omvang van het voordeel dat ontnomen moest worden.

De betrokkene stelde in cassatie een motiveringsklacht in met betrekking tot de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met name of uit het bewezenverklaarde telen van de hennepplanten ook volgt dat deze winstgevend zijn geoogst. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest van het hof konden leiden en zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01293 P
Datum31 mei 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 10 maart 2021, nummer 21-002698-20, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste
van
[betrokkene],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,
hierna: de betrokkene.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft H.M.W. Daamen, advocaat te Maastricht, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.C. Aben heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.E.M. Röttgering en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
31 mei 2022.