Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
3.Beslissing
31 mei 2022.
Hoge Raad
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van de betrokkene centraal, die was veroordeeld voor het opzettelijk telen van 208 hennepplanten. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had in zijn uitspraak van 10 maart 2021 geoordeeld over de omvang van het voordeel dat ontnomen moest worden.
De betrokkene stelde in cassatie een motiveringsklacht in met betrekking tot de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel, met name of uit het bewezenverklaarde telen van de hennepplanten ook volgt dat deze winstgevend zijn geoogst. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad oordeelde dat de klachten niet tot vernietiging van het arrest van het hof konden leiden en zag geen noodzaak om de motivering nader toe te lichten, mede gelet op artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie. Het beroep werd derhalve verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.