ECLI:NL:HR:2022:849

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
7 juni 2022
Zaaknummer
21/00097
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 lid 1 SrArt. 81 lid 1 Wet RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in diefstal met geweld in trein

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen het arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 december 2020, waarin hij werd veroordeeld voor diefstal met geweld door het meenemen van de tas van een medereiziger in een trein terwijl hij zwaar beschonken was.

Namens verdachte werd een cassatiemiddel ingediend door zijn advocaat, gericht op een bewijsklacht: of uit de bewijsvoering kon worden afgeleid dat verdachte de tas met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening had weggenomen. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het beroep.

De Hoge Raad heeft de klachten van verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot vernietiging van het hofarrest kunnen leiden. De Hoge Raad motiveert dit oordeel niet, omdat beantwoording van de vragen niet noodzakelijk is voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 21 juni 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor diefstal met geweld.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/00097
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 28 december 2020, nummer 22-000519-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.