ECLI:NL:HR:2022:851

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
7 juni 2022
Zaaknummer
21/01711
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 302 SrArt. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 2.3 Wet Forensische Zorg
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in zaak poging zware mishandeling en oplegging TBS

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor poging zware mishandeling en kreeg een TBS-maatregel met voorwaarden opgelegd. In cassatie stelde de verdachte onder meer een bewijsklacht over het voorwaardelijk opzet ten aanzien van het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

Daarnaast werd de vraag gesteld of de oplegging van TBS noodzakelijk was, gezien de mogelijkheid om behandeling te kiezen binnen de zorgmachtiging op grond van artikel 2.3 van de Wet Forensische Zorg. De advocaat-generaal concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de verdachte geen aanleiding geven tot vernietiging van het arrest van het hof. Daarbij achtte de Hoge Raad het niet nodig om de motivering te geven, omdat de vragen niet van belang zijn voor de eenheid of ontwikkeling van het recht.

Het arrest werd op 21 juni 2022 gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, samen met raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer. Het beroep werd verworpen en het arrest van het hof bleef in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/01711
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 13 april 2021, nummer 22-003076-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft L. Tricoli, advocaat te Alphen aan den Rijn, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P. Bakker, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.