ECLI:NL:HR:2022:87

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 februari 2022
Publicatiedatum
27 januari 2022
Zaaknummer
20/03088
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 416.2 SvArt. 416 SrArt. 36e.1.b.1 SvArt. 36e.2.b Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens nietige betekening oproeping in hoger beroep

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag waarin de verdachte was veroordeeld. Het centrale geschilpunt in cassatie was de rechtsgeldigheid van de betekening van de oproeping voor de terechtzitting van het hof op 17 september 2020.

De advocaat-generaal concludeerde dat de oproeping niet rechtsgeldig was betekend, omdat op de akte van uitreiking niet was aangekruist dat de oproeping was uitgereikt aan een medewerker van het Openbaar Ministerie, en ook niet was ingevuld of en wanneer een afschrift van de oproeping naar het BRP-adres van de verdachte was verzonden. Hierdoor was niet voldaan aan de vereisten van artikel 36e lid 2 sub b van het Wetboek van Strafvordering.

De Hoge Raad volgde deze conclusie en vernietigde het arrest van het hof. Tevens verklaarde de Hoge Raad de betekening van de oproeping nietig. Dit betekent dat de procedure in hoger beroep niet rechtsgeldig kon worden voortgezet. De overige cassatiemiddelen werden niet behandeld vanwege de vernietiging.

Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad, en uitgesproken tijdens een openbare terechtzitting op 1 februari 2022.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verklaart de betekening van de oproeping in hoger beroep nietig.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer20/03088
Datum1 februari 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Den Haag van 17 september 2020, nummer 22-000223-19, in de strafzaak
tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1999,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft T. Arkesteijn, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot nietigverklaring van de betekening van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 17 september 2020.

2.Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

2.1
Het cassatiemiddel klaagt over het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van het hof dat een rechtsgeldige betekening van de oproeping in hoger beroep voor de zitting van 17 september 2020 heeft plaatsgevonden.
2.2
Het cassatiemiddel slaagt. De redenen daarvoor staan vermeld in de conclusie van de advocaat-generaal onder 4, 6, 7 en 13.

3.Beoordeling van de overige cassatiemiddelen

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het tweede en het derde cassatiemiddel niet nodig.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
- vernietigt de uitspraak van het hof;
- verklaart de betekening van de oproeping van de verdachte in hoger beroep om te verschijnen op de terechtzitting van het hof van 17 september 2020 nietig.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
1 februari 2022.