ECLI:NL:HR:2022:910

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 juni 2022
Publicatiedatum
20 juni 2022
Zaaknummer
21/02646
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 312 SrArt. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep in diefstal met geweld en zwaar lichamelijk letsel

De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte in een strafzaak over diefstal met geweld in vereniging, waarbij zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden had de verdachte veroordeeld en een arrest gewezen op 22 juni 2021.

De verdachte stelde in cassatie een middel in tegen de verwerping van zijn verweer dat de herkenningen van hem door verbalisanten onbetrouwbaar zouden zijn. De advocaat-generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep.

De Hoge Raad heeft de klachten van de verdachte beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van het arrest van het hof. De Hoge Raad zag geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet van belang waren voor de eenheid of ontwikkeling van het recht, conform artikel 81 lid 1 Wet Pro op de rechterlijke organisatie.

Daarop heeft de Hoge Raad het cassatieberoep verworpen en het arrest van het hof in stand gelaten. Het arrest is gewezen op 21 juni 2022 door de vice-president en twee raadsheren.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
STRAFKAMER
Nummer21/02646 J
Datum21 juni 2022
ARREST
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juni 2021, nummer 21-002871-20, in de strafzaak
tegen
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2003,
hierna: de verdachte.

1.Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft D.R. Kops, advocaat te Breukelen, bij schriftuur een cassatiemiddel voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De advocaat-generaal D.J.M.W. Paridaens heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van het cassatiemiddel

De Hoge Raad heeft de klachten over de uitspraak van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die uitspraak. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en M. Kuijer, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
21 juni 2022.